Laatst aangepast op
Samenwerking bij schuldpreventie vraagt vaak om het uitwisselen van gegevens. Welke privacyregels spelen dan mee, hoe ver kan samenwerking in de keten gaan en hoeveel informatie mag worden gedeeld? De casegemeenten Almere en Amsterdam moesten deze vragen rond 2014 beantwoorden.
Privacy in Almere
De Straatkubus bevatte informatie over leefbaarheid op postcodeniveau. De belangrijkste grenzen lagen op het terrein van de privacywetgeving. Almere sprak over de pilots met het ministerie van BZK, dat de ontwikkelingsrichting steunde. De afspraken stonden in een kaderdocument, de Uitvoeringsovereenkomst Almere 2.0.
Gebruik van informatie
Veel gewenste informatie was geheim, zoals het aantal inbraken, en bleef onbenut. Het systeem bevatte gegevens van gemeentediensten over onder meer schuldhulpverlening, schooluitval en inkomen, aangevuld met CBS-data en actuelere, uitgebreidere data van leverancier Experian. Ook combinaties van die gegevens mochten niet zomaar op persoonsniveau openbaar worden. Almere paste daarom het volgende toe:
- Het kleinste toegestane niveau was de postcode (0000XX), gemiddeld ca. 17 huishoudens. Zo waren gegevens fijnmazig, maar niet tot een huishouden te herleiden.
- Kenmerken werden in de resultaten niet gecombineerd. De uitkomst toonde huishoudens die laagopgeleid of alleenstaand waren, niet laagopgeleid en alleenstaand.
- Er gold een drempelwaarde, en het systeem toonde geen aantallen maar cirkels van wisselende omvang.
Autorisatie
Almere wilde ook frontlijnwerkers en partners zoals woningcorporaties inzage geven, maar de veiligheidseisen waren streng. Alleen een kleine groep beleidsmedewerkers en gebiedsmanagers had toegang, wel tot alle indicatoren. Partners schoven meestal pas na afloop van analyses aan, of in aanwezigheid van een geautoriseerde medewerker. In 2014 werkte de gemeente verder aan de vraag wie welke informatie mocht zien.
Europese privacyregels
De nieuwe Europese privacy-directive ging ervan uit dat iedere gebruiker van informatie toestemming nodig had van de betrokkene. Dan moest niet alleen de corporatie die huurachterstanden doorgaf toestemming hebben, maar ook iedereen die de analyses deed. Almere wilde in 2014 nagaan wat dit voor de Straatkubus betekende.
Privacy in Amsterdam
In Vroeg Eropaf wisselden gemeente, crediteuren en maatschappelijk dienstverleners gegevens uit over huishoudens met een betalingsachterstand.
Rol van de gemeente
Volgens een juriste van de gemeente Amsterdam was de gemeente alleen regisseur. De basis was de schuldeiser: een corporatie mocht maatregelen nemen bij huurachterstand, en de gemeente zag Vroeg Eropaf als een van die maatregelen. Voorwaarde was dat verhuurders hun informatieplicht nakwamen. Woningcorporatie Ymere meldde in haar folder over huur betalen dat huurders bij een huurschuld benaderd konden worden door een hulpverlener van buiten Ymere. In de eerste jaren plaatste Ymere ook interviews met deelnemende bewoners in haar bewonerskrant.
Registratiesysteem
Het registratiesysteem was zo eenvoudig mogelijk. Melders konden alleen achterstanden melden en hun eigen meldingen zien. Maatschappelijk dienstverleners zagen alleen hun eigen cases. De gemeente had inzage tot op caseniveau voor haar regierol en managementinformatie, maar intensiever gebruik mocht niet. Het systeem stond los van alle andere bestanden, en koppelen was niet toegestaan. De juriste noemde als voorbeeld een bewoner die nooit thuis was: nagaan of hij bijstand kreeg en daar een fraudeverdenking van maken, was verleidelijk maar niet toegestaan.
Autorisaties
De meldende en uitvoerende organisaties beheerden zelf wie toegang had, niet de gemeente. Bij personeelswisselingen moesten rechten snel worden bijgewerkt. In Amsterdam leverde dat tot dan toe geen problemen op.
Gepubliceerd op 29 mei 2016