Home
Site info Disclaimer Contact
Effectieve Schuldhulp

Laatst aangepast op

Veel gemeenten zetten vrijwilligers in bij preventieprojecten. Dat had veel voordelen, maar riep ook vragen op. Hoe bleven vrijwilligers gemotiveerd en hoe was verloop te voorkomen? Hoe werkten zij vanuit de visie van de gemeente, en hoe kon de gemeente hun activiteiten volgen? Enschede, Almere en Maastricht lieten zien hoe het kon.

Enschede: Solidariteitspact

Enschede sloot een Solidariteitspact voor publiek-private samenwerking met maatschappelijke, kerkelijke en particuliere organisaties. Veel daarvan werkten met vrijwilligers. Die organisaties vormden een brug naar de doelgroep: ze waren makkelijker te benaderen en werden sneller als onpartijdig gezien. Vrijwilligers namen meer tijd, kwamen bij mensen thuis en legden dingen uit.

Een deelnemer aan de thuisadministratie van Humanitas vertelde dat hij zich daar als persoon behandeld voelde. Er was aandacht voor zijn hele situatie, en meer tijd. Bij de stadsbank voelde hij zich vooral een nummer, en alle documenten aanleveren viel hem zwaar. Hij had zich eerst zelf bij de stadsbank gemeld, maar kwam er niet uit en werd doorverwezen naar Humanitas. Die hulp was voor hem veel belangrijker.

Werden de problemen te groot, dan verwezen vrijwilligers door naar de officiële instanties en gingen ze zo nodig mee naar het intakegesprek. Andersom verwezen instanties ook mensen naar Humanitas. Enschede organiseerde ongeveer drie Solidariteitsconferenties per jaar. Volgens een vrijwilliger van Humanitas waren die nuttig voor tips en om een netwerk op te bouwen, bijvoorbeeld met wijkcoaches.

Almere: Achter de Voordeur

In het Almeerse project Achter de Voordeur waren vrijwilligers de spil. Ze gingen langs de deuren om mensen met schulden op te sporen. Daarbij spraken ze ook over bijvoorbeeld lichamelijk en psychisch welbevinden, participatie en de kinderen. Omdat vrijwilligers huishoudens als gelijke benaderden, stonden die eerder open voor hulp.

De Vrijwilligers- en Mantelzorg Centrale Almere (VMCA) ondersteunde de vrijwilligers:

  • met een professionele opleiding en gesprekstraining;
  • door bij het eerste huisbezoek een ervaren professional mee te laten lopen;
  • met gespreksmateriaal van de gemeente en de VMCA;
  • met regelmatige bijeenkomsten om informatie uit te wisselen, waar ook de preventiemedewerker van de gemeente bij was.

Waar nodig stelden vrijwilliger en huishouden samen een plan van aanpak op, waarmee het huishouden zelf aan de slag ging. Na een aantal weken volgde een nazorggesprek. Vooraf kregen de huishoudens een brief. Daarin stond dat veel bewoners in de wijk geldproblemen hadden en dat schaamte dus niet nodig was. Ook meldde de brief dat vrijwilligers een incentive meebrachten voor gratis activiteiten voor kinderen en volwassenen. In de wijk hadden de vrijwilligers een eigen locatie voor pauzes en overleg.

Maastricht: Budgetkring

In de Budgetkringen in Maastricht kwamen deelnemers regelmatig bijeen onder leiding van een getrainde kringbegeleider. Dat was een vrijwilliger, niet zelden een deelnemer uit het vorige seizoen. Deelnemers werkten aan praktische zaken met direct voordeel, zoals budgetteren, handig inkopen, zuinig omgaan met energie en een goedkoop huishouden. Ook leerden ze anders met problemen om te gaan en voor zichzelf op te komen. Door geldproblemen te benaderen als levensvraagstuk en niet alleen als financieel vraagstuk, werden duurzame veranderingen mogelijk.

Gepubliceerd op 29 mei 2016