Home
Site info Disclaimer Contact
Effectieve Schuldhulp

Laatst aangepast op

Gepubliceerd op 1 februari 2011

Integrale schuldhulp
Man houdt een lege portemonnee open

De gemeente Amsterdam begon al aan een herontwerp van de schuldhulpverlening voordat er een wetsvoorstel voor gemeentelijke schuldhulpverlening lag. Volgens de portefeuillehouder schuldhulpverlening bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI) staat schuldhulp niet op zichzelf. Er moet volgens hem gekeken worden naar alle problemen waar doelgroepen tegenaan kunnen lopen.

Verschillen per stadsdeel

De schuldenproblematiek hing volgens DWI sterk af van de bevolkingssamenstelling: ieder stadsdeel had zijn eigen problemen. Eén aanpak voor de hele stad werkte daarom niet. Dak- en thuislozen bijvoorbeeld zaten vooral in het centrum. Zij kregen integrale voorzieningen: naast schuldhulpverlening ook dagbesteding en medische zorg. Daarvoor moest DWI veel partijen betrekken, zoals de GGZ en de GGD.

Vroeg erop af

In 2010 meldden zich ongeveer 15.000 mensen bij de schuldhulpverlening, 16 procent meer dan in 2009. De portefeuillehouder zag ook een positieve kant: door de sterke inzet op vroegsignalering kwamen mensen eerder, als de problemen nog hanteerbaar waren.

Onder de noemer Vroeg erop af sloot Amsterdam convenanten met de woningcorporaties, Nuon en Agis. Zag een van die partijen een betalingsachterstand, dan schakelde die DWI in, dat via een maatschappelijke dienstverlener contact zocht met de schuldenaar. Vaak was het probleem snel opgelost; zo nodig volgde schuldhulpverlening.

Bij ieder traject legde een medewerker van DWI vroeg contact met de schuldeisers. DWI had goede ervaringen met een relatiemanager die schuldeisers persoonlijk benaderde. Door de schuldeiser een gezicht te geven, kwam een oplossing sneller in zicht. Zo sprak DWI begin 2011 met de NS over het al dan niet instemmen met minnelijke regelingen bij boetes.

Eerst andere problemen oplossen

DWI begon eind 2009 met het herontwerp, los van het wetsvoorstel, dat wel in de aanpak werd verwerkt. Een belangrijke vraag was wie de intake het beste kon doen. Schuldhulpverlening is niet altijd het enige of eerste middel: sanering heeft pas zin als achterliggende problemen, zoals een onveilige gezinssituatie, zijn aangepakt. Daarom moesten alle betrokken organisaties met elkaar in contact staan.

Ook bij preventie zocht de gemeente samenwerking, onder meer met basisscholen, vmbo-scholen en roc’s. Consulenten in de zorgteams van roc’s kregen van leerlingen heel basale vragen, bijvoorbeeld of een bepaald telefoonabonnement verstandig was.

De stadsdelen werkten begin 2011 samen met de centrale stad aan de uitwerking. De nieuwe aanpak zou in april 2011 worden gelanceerd.

Gerelateerd

→ terug naar Nieuwsbrief februari 2011