Nieuwsbrief

Schuldhulp anno 2013

Niet iedereen wordt schuldenvrij, gemeenten doen  steeds meer en beroep op de zelfredzaamheid van de schuldenaar zelf en er is meer en meer sprake van decentralisatie. Wat is er sinds het ondersteuningsprogramma Op weg naar effectieve schuldhulp veranderd in gemeentelijke schuldhulpverlening? Utrecht en Doetinchem vertellen over hun vernieuwde aanpak.

Jennemieke Kleijwegt, manager Werk&Inkomen bij de gemeente Utrecht: 'Onze klant wordt steeds meer medeverantwoordelijk voor schuldhulp. Het begint met de aanmelding: bij ons is de eerste stap dat je jezelf inschrijft voor een workshop om je huishoudboekje op orde te brengen. Je krijgt dan ook een persoonlijk gesprek met een medewerker.' Aan het eind van de workshop is duidelijk of iemand zelf z’n schulden kan oplossen, of dat alleen stabilisatie mogelijk is. Of dat iemand in aanmerking komt voor een schuldregeling. 'Ook bij een schuldregeling, verwachten we van de klant dat hij zelf stappen neemt. Dat hij bijvoorbeeld z’n papieren ordent en de nodige informatie opvraagt.'

Screening aan de poort
Ook in Doetinchem gaat de gemeente ervan uit dat je als schuldenaar actie onderneemt. Beleidsadviseur Rody Poelhuis ziet de rol van de gemeente als motiverend en ondersteunend: 'Mensen moeten zelf willen werken aan hun financiële problemen. En wij kijken samen op welke manier wij ze daarin kunnen ondersteunen. Bij het bepalen van het aanbod kijken we naar de vaardigheden, het gedrag en het schuldenpakket. Daarvoor maakt Doetinchem nu nog gebruik van het zogenoemd Tilburgs kwadrant, maar ziet een meerwaarde in het screeningsinstrument Mesis.'

Veel gemeenten hanteren inmiddels een dergelijke benadering. Ook Utrecht. Kleijwegt: 'Sinds een paar maanden werken we met Mesis. Daarmee bepalen we het profiel van de klant en de aanpak die het beste past. Dat kan betekenen dat stabiliseren het hoogst haalbare is.'

Vanuit de buurt
Een andere duidelijke trend is de decentralisatie, niet alleen van het rijk naar gemeenten, maar ook bínnen de gemeenten. Poelhuis vertelt dat Doetinchem nu met name vanuit de wijken werkt. 'De buurtcoach speelt een belangrijke rol, die pikt signalen op en kijkt welke ondersteuning nodig is. Zo kunnen we als gemeente eerder ondersteuning bieden, passend binnen de totaalaanpak.' Kleijwegt: 'In Utrecht werken we met buurtteams. Een laagdrempelige manier voor onze inwoners om hulp te zoeken.'

Schuldhulp kantelen
Hebben het ondersteuningsprogramma Op weg naar effectieve schuldhulp en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening veel veranderd in gemeenten als Utrecht en Doetinchem? Zowel Poelhuis als Kleiwegt geven aan dat ze de schuldhulp al flink op de schop hadden genomen. Kleiwegt: 'We hebben zo veel veranderd, ik kan dat niet direct ophangen aan de nieuwe wet. Wel hebben we Hogeschool Utrecht gevraagd te onderzoeken of ons beleid voor schuldhulp nu voldoet aan de wet.' Volgens Poelhuis was de wet voor Doetinchem aanleiding om de uitvoering te "kantelen". Maar het is zeker niet zo dat we het door de wet schuldhulp nu over een andere boeg gooien.'

Terugkijkend op het programma Op weg naar effectieve schuldhulp vond Poelhuis met name de onderzoeken en handreikingen erg nuttig. Kleiwegt was blij met de best practices en ziet graag dat partijen die blijven delen.

Aandacht blijft nodig
Schuldhulp moet op de agenda blijven, daar zijn beiden het over eens. 'Armoede en schulden verdwijnen niet zo maar. In deze tijd wordt de nood juist steeds hoger', aldus Kleijwegt. 'Aan de andere kant zie ik dat schuldhulp ingewikkelder wordt. Niet alleen door de crisis, maar ook door het woud aan toeslagen, extra uitkeringen en andere regelingen. Dat moet eenvoudiger. Daarmee voorkom je ondergebruik, maar ook dat mensen opeens een boete krijgen omdat ze ten onrechte een toeslag hebben ontvangen.' Poelhuis vertelt dat Doetinchem heeft onderzocht hoe inwoners het beleid ervaren: 'Mensen vinden dat we het goed doen. Maar het is te weinig voor de toekomst, als we kijken naar de gevolgen van de crisis. Veel inwoners komen niet uit met hun inkomen en bezuinigen op hun eerste levensbehoeften. Dat is zorgelijk.'