Nieuwsbrief

Jongeren met schulden: wat kunnen we doen?

Meer dan de helft van jongeren tussen 18 en 27 jaar heeft het afgelopen jaar een schuld gehad. Bij 14,5% van deze groep gaat het om een risicovolle schuldsituatie of betalingsachterstand. Dit blijkt uit het recente onderzoek ‘Voor mijn gevoel had ik veel geld’, dat Panteia in opdracht van het ministerie van SZW uitvoerde. Wat kunnen gemeenten voor deze groep doen?

Allereerst: het onderzoek biedt goede beleidsinput voor gemeenten. Het geeft bijvoorbeeld inzicht in de houding en het gedrag van jongeren met schulden. Enkele resultaten:

• Bijna een derde van de jongeren heeft een krediet, waarvan 28% een studielening bij DUO.

• Bijna een kwart van de jongeren had het afgelopen jaar een achterstallige rekening. Betalingsachterstanden op de ziektekostenverzekering (10,5%) en de telefoonrekening (7,3%) komen het meeste voor. Een achterstand op afbetalen van studieschuld aan DUO (0,7%) of alimentatie (0,7%) komen het minst voor.

• Achterstallige betalingen bedragen vaak minder dan 50 euro, maar 14,5% (meer dan 300.000 jongeren) had het afgelopen jaar een of meer risicovolle schulden of achterstanden.

• Jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs volgen, hebben vaker schulden dan werkende jongeren. Dit geldt ook voor laagopgeleide jongeren (geen onderwijs, basisonderwijs, vmbo of praktijkonderwijs) en 25 tot en met 27-jarigen. Zij hebben vaker schulden dan jongeren tussen de 18 en 25 jaar en middelbaar en hoger opgeleiden.

• Oorzaken van schulden zijn vaak impulsief bestedingsgedrag, onderschatting van studieschulden, ingrijpende levensgebeurtenissen in combinatie met een laag inkomen en gebrekkig financieel in- en overzicht.

• Jongeren vinden het niet prettig schulden te hebben. Als ze hulp zoeken, doen ze dat vaak in hun informele netwerk. Ze richten zich zelden tot officiële instanties.

Suggesties voor hulp
Het Rijk en gemeenten hebben een rol om ontstaan en escaleren van schulden bij jongeren te voorkomen. De onderzoekers doen daar aanbevelingen voor. In een brief aan de Tweede Kamer beschrijft staatssecretaris Jetta Klijnsma wat het Rijk doet. Ook geeft zij een aantal suggesties aan gemeenten:

• Een schuldregeling voor jongeren is vaak lastig, omdat er vaak onvoldoende aflossingscapaciteit is en geen garantie op een inkomen over 36 maanden. In plaats van een schuldregeling, kunnen gemeenten budgetcoaching en budgetbeheer aanbieden. Het is voor deze dienstverlening wel belangrijk dat jongeren vroegtijdig in beeld komen bij de schuldhulpverlening. Bijvoorbeeld door samen te werken met organisaties die met jongeren werken.

• Studenten mogen hun studiefinanciering wettelijk niet besteden aan het aflossen van schulden. Ook is deze groep niet (volledig) inzetbaar voor de arbeidsmarkt. Veel schuldeisers willen daarom niet akkoord gaan met een aanbod voor minnelijke schuldregeling. Toch kunnen gemeenten deze jongeren helpen. Naast budgetcoaching en budgetbeheer kunnen ze – met toestemming van de jongere – kijken of een deel van de inkomsten uit een bijbaantje kan worden gereserveerd om een regeling te treffen met een of meer schuldeisers. Ook kunnen gemeenten onderzoeken of schuldeisers bereid zijn hun schulden voor de duur van de opleiding te bevriezen.

• Soms zijn direct opeisbare, onderwijsgerelateerde schulden ingewikkeld binnen een schuldhulptraject. Denk aan lesgeld dat niet is voldaan of een boete omdat de student zijn OV-kaart niet heeft ingeleverd. DUO zoekt naar maatwerkoplossingen voor studenten in de schuldhulpverlening. Hiervoor worden verschillende oplossingen getest in proefprojecten. Zo heeft DUO met de gemeenten Tilburg en Heerlen afgesproken om akkoord te gaan met een betalingsregeling als de gemeenten een saneringskrediet verstrekken.

• Voor zwerfjongeren is de situatie nog ingewikkelder. Ze hebben geen inkomen, geen vaste verblijfplaats en geen betaalrekening. Veel gemeenten stimuleren jongeren te studeren, zodat ze een startkwalificatie kunnen halen. Dit is vaak in tegenspraak met het advies vanuit de schuldhulpverlening om inkomen en aflossingscapaciteit te verwerven. Een integrale aanpak, individuele toetsing en maatwerk op het gebied van wonen, zorg en ondersteuning en werk- of onderwijs is het advies. Daarbij is het belangrijk dat eerst een stabiele situatie wordt gecreëerd, zodat de jongere daadwerkelijk wordt geholpen. De decentralisaties maken het voor gemeenten makkelijker om regionaal afspraken te maken en deze integrale werkwijzen te ontwikkelen. Het samenwerkingsverband Van de Straat (Federatie Opvang, Stichting Zwerfjongeren Nederland en Kamers met Kansen) kan een goede partner zijn.