Nieuwsbrief

Ieder stadsdeel heeft zijn eigen problematiek

Schuldhulpverlening staat niet op zichzelf, vindt Rob van der Velden, portefeuillehouder schuldhulpverlening bij Dienst Werk en Inkomen (DWI):  “Kijk naar àlle problemen waar je doelgroepen tegenaan kunnen lopen.” Nog voor er sprake was van een wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening was de gemeente Amsterdam al begonnen met een herontwerp van de schuldhulpverlening.

“De schuldenproblematiek is sterk demografisch bepaald: ieder stadsdeel kent zijn eigen specifieke problemen”, vertelt Van der Velden. “Je kunt dus niet een bepaalde aanpak ontwikkelen en die overal toepassen. Bijvoorbeeld dak- en thuislozen: die kom je voornamelijk in het centrum tegen. Wij bieden hun integrale voorzieningen. Naast schuldhulpverlening krijgen ze ook dagbesteding en medische zorg aangeboden. Dat betekent dat we veel andere partijen moeten betrekken, bijvoorbeeld de GGZ en GGD.”

Vroeg erop af
Amsterdam heeft te maken met een sterke groei in het aantal mensen dat aanklopt bij schuldhulpverlening. In 2010 waren dat er ongeveer 15.000, een stijging van 16% ten opzichte van 2009. “Aan de ene kant is dat natuurlijk slecht nieuws. Aan de andere kant weet ik dat mensen nu al in een vroeg stadium bij ons komen, als de problemen nog hanteerbaar zijn. Dat komt omdat wij sterk inzetten op vroegsignalering.”  
De gemeente Amsterdam heeft onder de noemer ‘Vroeg erop af’ convenanten gesloten met de woningcorporaties, Nuon en Agis. Op het moment dat een van die partijen een betalingsachterstand constateert, wordt DWI ingeschakeld.  “Wij nemen via een maatschappelijke dienstverlener contact op met de schuldenaar. Vaak is het probleem snel op te lossen, maar waar nodig, kan iemand een beroep doen op de schuldhulpverlening. Zo kunnen we in veel gevallen voorkomen dat schulden onbeheersbaar worden.”  

Bij ieder schuldhulpverleningstraject legt een medewerker van DWI in een vroeg stadium contact met de schuldeisers. Of alle partijen eruit komen, verschilt per geval. DWI heeft goede ervaringen met de inzet van een relatiemanager die de schuldeisers persoonlijk benadert. “Door de schuldeiser een gezicht te geven en met hem te communiceren, komen we sneller tot een oplossing. We zijn nu bijvoorbeeld in gesprek met de NS over het wel of niet akkoord gaan bij een minnelijke schikking bij boetes.”

Eerst andere problemen oplossen
DWI is eind 2009 begonnen met een herontwerp van de schuldhulpverlening. “Dat deden we onafhankelijk van het wetsvoorstel”, vertelt Van der Velden. “Hoewel we het wetsvoorstel natuurlijk wel integreren in onze aanpak.” Belangrijk uitgangspunt bij het herontwerp is de vraag wie het beste de intake kan doen op het moment dat iemand zich meldt voor schuldhulpverlening. “Dat iemand zich meldt voor schuldhulpverlening, wil niet zeggen dat dat het enige middel is dat je inzet. Sterker nog, in sommige situaties moet je eerst andere hulp inzetten. Sanering van schulden heeft immers pas zin als achterliggende problemen, bijvoorbeeld een onveilige gezinssituatie, zijn aangepakt. Daarom is het ook zo belangrijk dat alle betrokken organisaties met elkaar in contact staan.”  

Ook bij de preventieactiviteiten zet de gemeente in op samenwerking met andere partijen, bijvoorbeeld basisscholen, vmbo-scholen en roc’s. “We hebben consulenten op roc’s die onderdeel uitmaken van de zorgteams daar. We zien dat leerlingen met hele basale vragen komen. Bijvoorbeeld of het wel slim is om een bepaald telefoonabonnement af te sluiten. Daar denken ze dan toch over na, dat is een goed teken.”

De stadsdelen werken nu samen met de centrale stad aan de uitwerking van het herontwerp. Het is de bedoeling dat de nieuwe aanpak in april wordt gelanceerd.