Nieuws

Wat het nieuwe kabinet aan schulden moet doen

De besprekingen over het nieuwe kabinet zijn nog in volle gang. Een mooi moment om met een aantal experts vooruit te blikken op de toekomst van schuldhulpverlening. Welk advies geven zij aan het nieuwe kabinet? In dit eerste deel komen een aantal wetenschappers aan het woord: Nick Huls, emeritus hoogleraar Rechtssociologie, Roel in ’t Veld, hoogleraar Governance en sustainability, en Nadja Jungmann, lector Schulden en incasso.

Onder de pakkende titel ‘Vergeef ons vaker onze schulden - de weg naar een schone lei 2.0.’ - hield Nick Huls onlangs zijn afscheidsrede aan de Universiteit van Leiden. Daarin constateert de hoogleraar onder meer dat er een onoverzichtelijk en ondoordringbaar systeem is ontstaan door complexe regelgeving en veel private en publieke partijen die onvoldoende met elkaar samenwerken.

De verschillende soorten schuldhulpverleners werken elk vanuit hun eigen afgebakende werkveld, terwijl de deurwaarders, de Belastingdienst en het CJIB geen rekening houden met schuldenaren. ‘Aan de ene kant probeert de overheid burgers met schulden te helpen, terwijl dezelfde overheid geen rekening met ze houdt als ze moeten betalen.’

De vele publieke en private organisaties die zich met schuldhulpverlening en incasso bezighouden, denken allemaal individualistisch en niet collectief, concludeert Huls. Hij betreurt het dat de schone lei - de kerndoelstelling van de Wnsp - niet meer centraal staat in het beleid. Huls stelt dat het bieden van een schuldvrije toekomst veel maatschappelijke winst kan opleveren.

Incasso met een menselijk gezicht

Huls pleit ervoor om het minnelijk en wettelijk traject in elkaar te schuiven en de hulpverlening en incasso te integreren. Ook moet er een eind komen aan de bevoorrechte positie van de rijksoverheid als incassant. ‘De taken van rechters, schuldhulpverleners, deurwaarders en bewindvoerders zou je kunnen overhevelen naar een publieke organisatie die zowel de incasso - op een menselijke manier - voor de crediteuren als de hulpverlening voor overbelaste debiteuren verzorgt.’

Projectminister

Om dit te realiseren, is een projectminister nodig die de doorzettingsmacht heeft om het beleid van SZW, Financiën en VenJ op elkaar af te stemmen, stelt Huls. Een goed idee, vindt ook Nadja Jungmann. Vooral de manier waarop de incasso wordt uitgevoerd, staat haar tegen. ‘Veel mensen met schulden lopen daarin vast en dat is niet zo gek. De overheid kan zomaar geld van je rekening halen en deurwaarders kunnen bankbeslag leggen, waardoor je niet bij je geld kan. Daarnaast is het CJIB niet soepel met betalingsregelingen. Onder de 285 euro boete valt er niets te regelen. Dat is moeilijk werken voor schuldhulpverleners.’

Ook het feit dat schuldhulpverleners door de privacywetgeving geen toegang hebben tot alle financiële gegevens van schuldenaren kost veel tijd, zegt Jungmann. ‘Het duurt soms maanden voordat schuldhulpverleners een overzicht hebben van alle schulden en wel twee jaar voordat een situatie stabiel is. De privacywetgeving moet wat mij betreft zo snel mogelijk worden aangepast. Daarnaast vind ik dat je ook moet kijken naar de vaste lasten, die almaar hoger worden. Veel mensen wonen bijvoorbeeld te duur, er zijn geen goedkopere huizen. Je moet dus ook kijken naar het woningbeleid.’

Aan dit wensenlijstje voegt Roel in ’t Veld toe dat het Rijk ook zou moeten stoppen met voorschotten op toeslagen, want ‘er wordt alsnog veel teruggevorderd van deze mensen die het niet kunnen betalen.’

Andere attitude

Ook Roel in ’t Veld pleit voor een flinke tempoverhoging om mensen sneller te verlossen van hun schulden. ‘Het huidige systeem is enorm inefficiënt, onder meer omdat alle stappen volgtijdelijk plaatsvinden. Daarnaast vind ik dat de kwaliteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening tekort schiet, waardoor veel mensen met restschulden blijven zitten. De focus ligt nu op het schuldenvrij maken van mensen. Dat klinkt sympathiek, maar het kan veel schade aanrichten. Wie bij een schuldhulpverlener komt, mag geen nieuwe schulden maken. Dat kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat je geen geld mag lenen om je kinderen te laten studeren of je bedrijf moet sluiten. Soms is nieuwe schulden maken juist nodig om te kunnen leven. Veel mensen staan na zo’n jarenlang traject maatschappelijk buitenspel. Ik vind dat wreed en negentiende eeuws. Dat geldt ook voor het feit dat mensen vaak de toegang tot schuldhulpverlening wordt geweigerd. Bijvoorbeeld omdat ze een eigen huis hebben.’

In tegenstelling tot Huls en Jungmann vindt In ’t Veld een projectminister of coördinerend minister geen oplossing. ‘Dit hele vraagstuk is primair een coördinatieprobleem, en daarmee is de minister-president belast. Met andere woorden: dit is Chefsache.’

Wat Jungmann betreft zouden er meer kwaliteitseisen gesteld mogen worden in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. ‘Deze wet bestaat uit een beperkt aantal artikelen over de prestaties die gemeenten moeten leveren. Je kunt dit uitbreiden met een aantal kwaliteitsnormen waarop je die resultaten kunt toetsen. Denk aan eisen waaraan de intake moet voldoen, wanneer je stabiliseert en wanneer je saneert. Ook mogen er regels komen over de kwaliteit van schuldhulp in wijkteams. Sommige wijkteams hebben te weinig expertise om goede schuldhulp te verlenen.’