Nieuws

Nieuwe beslagvrije voet: ‘wezenlijke vooruitgang’

Minder mensen onder de beslagvrije voet. Niet meer afhankelijk van gegevens van schuldenaren. En minder fouten: de vereenvoudiging van de beslagvrije voet is een wezenlijke vooruitgang. Dat vonden de deelnemers aan de rondetafelbijeenkomst die het ministerie van SZW eind 2015 organiseerde voor professionals om mee te denken over het nieuwe voorstel en de uitwerking ervan. Maar de beleidsmakers van de interdepartementale projectgroep krijgen ook huiswerk mee. 

Zo hebben niet alle professionals toegang tot de systemen die in de toekomst de gegevens bevatten die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de beslagvrije voet. De gemiddelde huurprijs voor een sociale huurwoning, waarop de voorbeeldberekening van de beslagvrije voet is gebaseerd, roept de vraag op of dit wel voldoende is. En er zijn vragen over leefsituaties. Hoe ga je bijvoorbeeld om met co-ouderschap, samenwonende broers en kinderen met studiefinanciering?

De deelnemers
De circa dertig professionals die naar de bijeenkomst waren gekomen, stonden garant voor een goede, genuanceerde en praktische kijk op het voorstel tot vereenvoudiging van de beslagvrije voet: deurwaarders, schuldhulpverleners, mensen van de Belastingdienst, het CAK, de Nationale Ombudsman, NVVK, VNG en veel organisaties die direct of indirect met de beslagvrije voet te maken hebben.
Directeur Participatie en Decentrale Voorzieningen Christien Bronda was blij met de opkomst. ‘De huidige beslagvrije voet is een voorbeeld van wetgeving die door zijn complexiteit eerder tegen dan voor ons werkt. Daarom ben ik blij dat we de vereenvoudiging interdepartementaal aanpakken. Maar daarvoor hebben wij ook jullie inbreng nodig. Het moet in de praktijk goed werken.’

Het voorstel
De nieuwe berekening van de beslagvrije voet is gebaseerd op vijf principes. Het moet transparant zijn, uitvoerbaar, tot een reëel sociaal minimum leiden, de belangen van schuldenaar en schuldeisers in het oog houden en een financiële prikkel bevatten om de schulden af te lossen.
Om dit mogelijk te maken, wordt zoveel mogelijk gewerkt met een beslagvrije voet die gebaseerd is op een vast bedrag per leefsituatie.

Daarbij worden grensbedragen per leefsituatie gehanteerd: voor alleenstaanden, alleenstaande ouders, partners en partners met kind(eren). Voor Nederlanders met een netto inkomen onder het grensbedrag (mensen die toeslagen ontvangen), is de beslagvrije voet een bepaald percentage van het netto inkomen.
In het nieuwe voorstel is hoogte van de beslagvrije voet minder afgestemd op de individuele situatie van een schuldenaar dan nu. Daarom voorziet het nieuwe systeem voor uitzonderlijke, individuele situaties in een vangnet: de hardheidsclausule, die een hogere beslagvrije voet mogelijk maakt.

De uitvoering
Hoe gaan deurwaarders, belastingdienst, UWV, gemeenten en andere professionals straks te werk?
De waslijst van vragen die de schuldenaar zelf moet beantwoorden, kunnen we vergeten. SZW liet zien dat er slechts vijf vragen overblijven: over de leef- en woonsituatie van de schuldenaar en de hoogte van het netto-inkomen (inclusief dat van de partner, indien van toepassing). Deze informatie moet zo veel mogelijk uit beschikbare (authentieke) bronnen worden gehaald. Hierdoor wordt de beslagvrije voet minder afhankelijk van informatie die de schuldenaar moet verstrekken.

Inzet is om de informatie over de leefsituatie te halen uit de Basisregistratie Personen (BRP). De manier waarop de leefsituatie in de BRP is aangemerkt, is dan leidend voor de beslagvrije voet: gehuwd, geregistreerd partner, of alleenstaand en met of zonder kinderen.

Inzicht in netto-inkomen
UWV Polisadministratie biedt beslagleggers inzicht in de inkomensverstrekkers van schuldenaren. Voor informatie over het netto-inkomen moeten ze zich wenden tot de werkgever(s).
In dit systeem is de hoogte van de beslagvrije voet gekoppeld aan de hoogte van het inkomen. Als er wordt besloten dat de beslagvrije voet actueel moet zijn, betekent dit dat deurwaarders en andere beslagleggers met enige regelmaat zouden moeten nagaan of het inkomen is gewijzigd.

Geen tandenborstel-discussie
Verschillende deelnemers vroegen zich af in hoeverre de BRP voldoende informatie kan opleveren om met een hoge mate van betrouwbaarheid uitspraken te kunnen doen over de leefsituatie. ‘Stel dat de beslagvrije voet gunstiger uitpakt als we uitgaan van de status “alleenstaand” voor de schuldenaar die met zijn broer samenwoont. Willen we dan wel zulke “tandenborstel-discussies” aangaan?’
Ook andere leefvormen en inkomenssituaties, passeerden de revue. Hoe om te gaan met co-ouders, waarvan de ene ouder wel toeslag ontvangt en de ander niet? Of schuldenaren met kinderen die studiefinanciering ontvangen? Moet je dat ook optellen bij het netto inkomen? En over tellen gesproken: hoe tel je het vakantiegeld op bij het netto-inkomen?

Privacy en verrekende toeslagen
Een andere veelgehoorde opmerking was de waarborg van privacy. Mogen deurwaarders zomaar gegevens over het nettoloon opvragen bij werkgevers?
En hoe houd je rekening met toeslagen als de Belastingdienst een deel van die toeslagen bij de schuldenaar inhoudt? Iedereen was het erover eens dat de Belastingdienst dit niet mag doen als er sprake is van beslag.
Het ministerie van SZW bespreekt dit punt met het ministerie van Financiën. Zij denken mee over een oplossing.
Een vertegenwoordiger van een schoonmaakbedrijf wees erop, dat hij veel verzoeken gaat krijgen van beslagleggers, omdat werknemers in de schoonmaakbranche gemiddeld meer schulden hebben. Voor hem brengt het veel werk met zich mee, tenzij de hoogte van het netto inkomen voor beslagleggers op een andere manier inzichtelijk wordt.

Huur te hoog?
Een beslagvrije voet moet mensen in staat stellen in de basale kosten van levensonderhoud te voorzien. Daarom werd ook de gekozen gemiddelde huur uit de voorbeeldberekening onder de loep genomen. Verschillende deelnemers wezen erop dat de huren vaak hoger zijn. Ook in niet-stedelijke gebieden. ‘Kun je dan bijvoorbeeld wel vragen aan mensen met een zeer laag inkomen om langdurig een bepaald percentage van hun inkomen af te staan? Dit kan leiden tot nieuwe schulden, en dan wordt het beslag een oneindig verhaal.’

SZW laat een onderzoek uitvoeren naar de samenstelling en specifieke kenmerken van de groep mensen bij wie beslag is gelegd. Blijkt uit deze studie dat deze schuldenaren vaak beduidend meer huur betalen, dan wordt bekeken wat dit betekent voor de berekening van de beslagvrije voet.

Er is dus nog werk te doen, maar het fundament van deze vereenvoudiging is goed en de beleidsmakers van de werkgroep waren blij met de inbreng. ‘Iedereen moet kunnen voorzien in zijn basisbehoeften’, zei de projectleider van de interdepartementale werkgroep vereenvoudiging beslagvrije voet. ‘Het is dan ook belangrijk dat we de beslagvrije voet zorgvuldig regelen. Er komt veel bij kijken. Met de opbrengst van dit rondetafelgesprek kunnen we de volgende puzzelstukjes op zijn plaats leggen.’

De hoofdlijnennotitie over de vereenvoudiging van de beslagvrije voet is ondertussen ook naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin wordt ook aandacht gevraagd voor de effecten van de bijzondere incassobevoegdheden van de overheid (zoals verrekening van toeslagen).