Nieuws

Amsterdam: goede start voor ex-gedetineerden door samenwerking gemeente en gevangeniswezen

De gemeente Amsterdam en het gevangeniswezen willen ervoor zorgen dat ex-gedetineerden na hun vrijlating minder strafbare feiten plegen of overlast veroorzaken en een nieuwe start kunnen maken in de maatschappij. Hiertoe zijn zij in het kader van de Aanpak Top600 een samenwerking aangegaan. Dit maakt het mogelijk om nazorgactiviteiten al tijdens de detentie te starten. Inventarisatie van schulden is hiervan een voorbeeld.

Om ervoor te zorgen dat Top600-personen na detentie niet terugvallen in crimineel gedrag, is het belangrijk dat de basisbehoeften op vijf leefgebieden zijn geregeld: onderdak, inkomen en/of dagbesteding, zorg, hulp bij schulden en een geldig legitimatiebewijs. Amsterdam vindt het belangrijk dat deze nazorgactiviteiten al tijdens detentie starten om zo een goede aansluiting te krijgen tussen ‘binnen’ (tijdens detentie) en ‘buiten' (na vrijlating).

Nieuwe werkafspraken Top600
In 2013 maakte de gemeente nieuwe werkafspraken met alle betrokken gemeentelijke, justitiële en zorgpartners. Er werden nieuwe werkprocessen ingericht en knelpunten opgelost. Op alle vijf leefgebieden zijn acties ondernomen om de re-integratie voor de Top600-gedetineerden te verbeteren tijdens en na de detentie. Top600-gedetineerden zijn plegers van High-Impact delicten, zoals woninginbraken, straatroof en overvallen. Diverse zorg- en hulptrajecten kunnen dan ook tijdens de detentie starten en na de detentie doorlopen. Zo bezoekt de gemeente Top600-gedetineerden bijvoorbeeld al tijdens detentie om een traject voor dagbesteding of uitkering te starten.

Aanpak schulden
Een complicerende factor bij het aanpakken van schulden tijdens detentie is dat de daadwerkelijke schuldhulpverlening – in de vorm van het proberen te treffen van een schuldregeling of betalingsregeling - pas kan starten als de cliënt een stabiel inkomen heeft. Tijdens de detentie is dit doorgaans niet het geval. Daarom moet de schuldhulpverlening tijdens de detentie bestaan uit het treffen van voorbereidingen voor de schuldhulpverlening. Denk aan het inventariseren van schulden, de schuldeisers en de hoogte van de schulden, afspraken maken over de (tijdelijke) bevriezing van schulden en het verzamelen van relevante papieren (bankafschriften, huurcontracten).

Om de aanpak van schulden tijdens detentie te organiseren, wordt zoveel mogelijk al in de Penitentiaire Inrichting een schuldhulpverlener ingeschakeld. Daarnaast is het de bedoeling om in 2015 vrijwilligers van het RIC (Re-integratiecentrum in de PI) specifiek te trainen op het gebied van schulden. Zij kunnen gedetineerden dan ook na hun vrijlating begeleiden en toeleiden naar de reguliere schuldhulpverleningsinstanties.

Ook kunnen gedetineerden zélf tijdens hun detentie via het RIC werken aan een stabielere situatie op de vijf leefgebieden (inkomen, zorg, huisvesting, ID-bewijs en aanpak schulden). Gedetineerden kunnen ook hulp krijgen van het RIC. Deze ondersteuning kan ná detentie doorlopen vanuit het buitenkantoor van het RIC dat ook in Amsterdam is gevestigd.

Meer informatie en resultaten zijn te vinden op www.amsterdam.nl/top600